Home >> Vertalingen: Christelijke mystici >> Pseudo-Macarius (vierde eeuw)  
  Pseudo-Macarius (vierde eeuw)  

De vijftig preken en één brief die onder de naam van Macarius van Egypte zijn overgeleverd, zijn geschreven door een Syrische monnik in de tweede helft van de vierde eeuw.

De profeet zag het mysterie van de menselijke ziel die haar Heer zou ontvangen en de troon van zijn glorie worden (Ez. 1). Want de ziel die waardig is gekeurd deel te hebben aan het licht van de Heilige Geest door zijn troon en woning te worden en die bedekt is met de schoonheid van onuitsprekelijke glorie van de Geest, wordt geheel licht, geheel gezicht, geheel oog. Er is geen deel van de ziel dat niet vol is van de geestelijke ogen van licht. Dat wil zeggen dat er geen deel van de ziel is dat bedekt is met duisternis. Zij is geheel bedekt met geestelijke ogen van licht. Want de ziel heeft geen onvolmaakt deel. In elk deel kijkt zij aan alle kanten vooruit en is zij bedekt met de schoonheid van de onuitsprekelijke glorie van het licht van Christus, die de ziel bestijgt en haar berijdt. Dit is gelijk aan de zon, die overal hetzelfde is, zonder een onvolmaakt deel, die geheel licht is, dat helder schijnt. In al zijn delen is hij helemaal licht. Of het is gelijk aan vuur, dat net als het licht overal hetzelfde is, zonder in zichzelf een deel te hebben dat vóór is of achter, groter of kleiner.

Zo is de ziel geheel verlicht met de onuitsprekelijke schoonheid van de glorie van het licht van het aangezicht van Christus en is zij volkomen gemaakt tot een deelgenoot van de Heilige Geest. Zij is begunstigd om de verblijfplaats en de troon van God te zijn, geheel oog, geheel licht, geheel gezicht, geheel glorie en geheel geest, zo gemaakt door Christus, die de ziel berijdt, leidt, draagt en ondersteunt en haar tooit en siert met zijn geestelijke schoonheid. (...)

Dat de zielen van de rechtvaardigen hemels licht worden, heeft de Heer zelf gezegd tot zijn apostelen: 'Jullie zijn het licht van de wereld' (Mt. 5,14). Want hijzelf, die hen eerst omgevormd heeft in licht, heeft hen opgedragen en bevolen om licht voor de wereld te zijn. Hij zei: 'Niemand steekt een lamp aan om die onder de korenmaat te zetten; zij plaatsen hem op de standaard, waar hij schijnt voor iedereen in het huis. Op dezelfde wijze moet jullie licht schijnen in het zicht van de mensen' (Mt. 5,15-16). Dat wil zeggen, verberg de gave niet die jullie van mij hebben ontvangen, maar geef haar aan al wie het wenst. (...)
Daarom, als jullie een troon voor God zijn geworden en als de Hemelse Berijder jullie bestegen heeft en heel jullie ziel een geestelijk oog en helemaal licht is geworden, en als jullie gevoed zijn met dat hemelse voedsel van de Geest en gedronken hebben van het water des levens en het gewaad van onuitsprekelijk licht hebben aangetrokken, als tenslotte jullie innerlijke mens dit alles ervaren heeft en geworteld is in de overvloed van geloof, dan zie, jullie leven inderdaad al het eeuwige leven, jullie ziel rustend met de Heer.

Als iemand God liefheeft, deelt ook God zijn liefde met hem. Zodra iemand in Hem gelooft, schenkt God hem een hemels geloof, waardoor hij tweevoudig wordt. Als jij God een deel van jezelf aanbiedt, welk deel dan ook, deelt Hij met jouw ziel vergelijkbare aspecten van zijn eigen wezen, zodat je al wat je doet zuiver en oprecht kunt doen en zuiver en oprecht kunt beminnen en bidden. Want zo groot is de waardigheid van de mens.
Zij die waardig gekeurd zijn kinderen van God te worden en herboren te worden uit de Heilige Geest van boven, die Christus in zich hebben, die hen verlicht en rust brengt, worden op vele en verscheidene wijzen geleid door de Geest. In geestelijke rust worden zij door de genade onzichtbaar gestuurd in hun hart. Laten we als voorbeelden evidente dingen uit de wereld nemen, van mensen, om aan te geven op welke wijze genade in de ziel werkt. Soms worden mensen door genade geleid op de wijze van hen die zich verheugen bij een koninklijke maaltijd. Zij zijn vervuld van vreugde en onuitsprekelijk geluk. Op een ander moment zijn zij als de echtgenote die geniet van de huwelijksvereniging met haar bruidegom in een goddelijk rusten. Op een ander moment zijn zij als onlichamelijke engelen, zo licht en doorschijnend zijn zij, zelfs in het lichaam. Soms zijn zij als waren zij bedwelmd door een sterke drank. Zij verblijden zich in de Geest, dronken van de bedwelming van de goddelijke en geestelijke geheimen.
 Soms zijn zij ondergedompeld in wenen en treuren over het menselijk ras en in het uitstorten van gebeden voor heel het ras van Adam. Zij vergieten tranen en zijn door verdriet overweldigd omdat zij verteerd zijn door de liefde van de Geest voor de mensheid. Op een ander moment zijn zij met zo'n vreugde en liefde ontvlamd door de Geest, dat zij, als het mogelijk zou zijn, alle menselijke wezens in hun hart zouden willen bijeenbrengen, zonder onderscheid te maken tussen slecht en goed. Of zij zijn zo gevuld met nederigheid dat zij, in de nederigheid die zij van de Geest ontvangen, zichzelf als onder alle mensen zien en zichzelf beschouwen als de meest onaanzienlijke en waardeloze van alle mensen. Soms zijn zij opgetild in een onuitsprekelijke vreugde. Op een ander moment zijn zij als een sterke, die heel de wapenrusting van de koning heeft aangetrokken en af is gedaald om te strijden tegen zijn vijanden. Hij strijdt dapper tegen hen en overwint. Zo neemt de geestelijke mens de hemelse wapenen van de Geest op en valt de vijanden aan, levert strijd met hen en onderwerpt hen.

Op een ander moment, in de diepste stilte en kalmte, rust men met geen andere houding dan een geestelijk genoegen en onuitsprekelijke rust en welbevinden. Op een ander moment wordt men door genade onderricht in begrip en onuitsprekelijke wijsheid en kennis van de onkenbare Geest in dingen die niet door tong en taal kunnen worden uitgedrukt. Op een ander moment wordt men één met alle mensen. Zo verscheiden zijn de wijzen waarop genade zulke mensen aanraakt en de ziel leidt op zo veel verschillende paden en haar verfrist overeenkomstig de wil van God. Op diverse wijzen handelt genade aan de ziel om haar volmaakt, foutloos en zuiver terug te brengen naar de hemelse Vader.

De dingen betreffende de werkingen van de Geest waarover hier gesproken is, behoren tot het niveau van hen die niet ver van de volmaaktheid zijn. Dergelijke manifestaties van genade waarover we spraken, uiten zich op verschillende wijze. Zij handelen aan mensen die voortgaan, de ene handeling volgend op de andere. Als een persoon uiteindelijk de volmaaktheid van de Geest bereikt, volledig gereinigd is van de hartstochten en in een onuitsprekelijke gemeenschap verenigd met en doordrongen van de Trooster Geest en waardig gevonden is om geest te worden in een wederzijds doordringen met de Geest, dan wordt zij geheel licht, geheel oog, geheel geest, geheel blijdschap, geheel rust, geheel vreugde, geheel liefde, geheel mededogen, geheel goedheid en vriendelijkheid. Zoals een steen op de bodem van de zee overal omgeven is door water, zo zijn dergelijke mensen geheel doordrongen van de Geest. Doordat zij de deugden van de kracht van de Geest met standvastigheid aantrekken, worden zij gelijk aan Christus. Innerlijk worden zij foutloos en smetteloos en zuiver.

Zoals vele lichten en brandende lampen worden aangestoken vanuit het vuur, maar lichten en schijnen vanuit één natuur, zo worden christenen aangestoken en schijnen zij vanuit één natuur, het goddelijke vuur, de Zoon van God. Zij hebben hun lampen brandend in hun hart en zij schijnen voor Hem terwijl zij leven op aarde, precies zoals Hij deed. Want er is gezegd: 'Daarom heeft God u gezalfd met de olie van vreugde' (Psalm 45,7). Daarom werd Hij Christus genoemd, dat wil zeggen Gezalfde, opdat ook wij, gezalfd met dezelfde olie waarmee hij gezalfd was, Christussen mogen worden, om zo te zeggen, uit dezelfde substantie en één lichaam. Ook is gezegd: 'Zowel Hij die heiligt, als zij die geheiligd worden, zijn allen uit één' (Hebr. 2,11).

Daarom zijn christenen in zekere zin gelijk aan lampen met olie erin, dat zijn al de vruchten van rechtvaardiging. Maar als de lamp niet is aangestoken uit de lamp van de Godheid in hen, zijn zij niets.
God wenste gemeenschap te hebben met de menselijke ziel en huwde haar met Zichzelf als de echtgenote van de Koning en Hij zuiverde haar van vuil. Door haar te wassen maakt Hij haar helder in plaats van zwart en beschaamd en geeft Hij leven in plaats van dood. Hij geneest haar gebrokenheid, brengt haar vrede en verzoent haar vijandigheid. Want alhoewel zij een schepsel is, is zij gehuwd als bruid van de Zoon van de Koning. Door zijn eigen kracht ontvangt God de ziel, door haar beetje bij beetje te veranderen, tot Hij haar ruimer gemaakt heeft door zijn eigen toename. Want Hij strekt de ziel en leidt haar tot een oneindige en onmetelijke toename, totdat zij de bruid wordt, smetteloos en Hem waardig. Eerst verwekt en brengt Hij de ziel voort in Zichzelf en maakt haar ruimer door Zichzelf, tot zij de volmaakte maat van zijn liefde bereikt. Want als een volmaakte Bruidegom neemt Hij haar als een volmaakte bruid in de heilige mystieke smetteloze eenheid van het huwelijk. En daar heerst zij met Hem in eindeloze tijden. Amen.
Gewond door liefde voor Christus sterft zo'n ziel aan elk ander verlangen om – ik spreek vrijmoedig – die allermooiste geestelijke en mystieke gemeenschap met Christus te bezitten, overeenkomstig de onsterfelijkheid van vergoddelijkende gemeenschap. Waarlijk, wanneer zo'n ziel overwonnen is door geestelijke hartstocht en waardig gehuwd is met God het Woord, is zij gezegend en gelukkig. Laat haar zeggen: 'Mijn ziel zal zich verheugen in de Heer, die mij gekleed heeft in de kleden van redding en mij omhuld heeft met de mantel van gerechtigheid, zoals een bruidegom zijn kroon draagt, zoals een bruid getooid met haar juwelen' (Jes. 61,10). Want omdat de Koning van Glorie haar schoonheid begeerde, heeft Hij zich gewaardigd haar aan te zien, niet alleen als de tempel van God, maar ook als de dochter van de koning en als de koningin. Inderdaad is zij de tempel van God, want zij wordt bewoond door de Heilige Geest. Ook is zij de dochter van de koning, want zij is geadopteerd door de Vader van lichten. Ook is zij koningin, want zij is begiftigd met de goddelijkheid van de glorie van de Eengeboren Zoon.