Home >> Vertalingen: Dzogchen >> De allerhoogste bron (de hoofdstukken 4-8)  
  De allerhoogste bron (de hoofdstukken 4-8)  

Dit anonieme geschrift is opgebouwd uit meerdere oorspronkelijk zelfstandige geschriften uit de begintijd van Dzogchen. Het presenteert zichzelf als een leerrede van de Boeddha Kunjed Gyalpo tot de wijze Sattvavajra. Kunjed Gyalpo, zoals de titel in het Tibetaanse luidt, betekent letterlijk de alles-scheppende koning. Omdat daarmee geen schepper in de zin van de Westerse godsdiensten bedoeld is, maar de oorspronkelijke staat waaruit alles zich manifesteert, heeft de Engelse vertaler gekozen voor The Supreme Source, de allerhoogste bron.

4.
Ik ben zelf-oprijzende wijsheid die vanaf het begin heeft bestaan. Ik ben de fundamentele substantie van alle verschijnselen die vanaf het begin heeft bestaan. Ik ben de allerhoogste bron van alles, zuiver en algeheel bewustzijn.
Ik ben zelf-oprijzende wijsheid die vanaf het begin heeft bestaan. Ik betekent de essentie, de fundamentele substantie van alle verschijnselen. Wijsheid verwijst naar het feit dat deze ononderbroken en ongehinderde aard alle verschijnselen duidelijk ontsluit. Zelf-oprijzend betekent dat hij vrij is van oorzaken en voorwaarden en daarom alle inspanning overstijgt. Ik word zuiver en algeheel bewustzijn genoemd. Vanaf het begin betekent dat Ik van het allereerste moment af bestaan heb.
Ik ben de fundamentele substantie van alle verschijnselen. De werkelijke toestand, die de fundamentele substantie genoemd wordt, is de schoot waaruit alle verschijnselen oprijzen. De leraren, de onderrichtingen, de leerlingen, de plaatsen en de tijdperken manifesteren zich vanuit de essentie van zuiver en algeheel bewustzijn. Van alle verschijnselen betekent dat alle leraren de werkelijke bestaanstoestand zijn. Hetzelfde geldt voor alle onderrichtingen, leerlingen, plaatsen en tijdperken. Er bestaat niets dat niet deze essentiële werkelijkheid is.
Ik ben de allerhoogste bron van alles, zuiver en algeheel bewustzijn. Omdat Ik de essentie van geest ben, de fundamentele substantie, ben Ik de bron van alle verschijnselen. Allerhoogste verwijst naar zelf-oprijzende wijsheid, de allerhoogste maker die de aanzet geeft tot de schepping van alle verschijnselen van het bestaan. Bron verwijst naar de 'schepper': omdat de leraren, de onderrichtingen, de leerlingen, de plaatsen en de tijdperken zich manifesteren uit zelf-oprijzende wijsheid die vanaf het begin heeft bestaan, is deze wijsheid zelf de enige maker. Van alles verwijst naar de totaliteit van de verschijnselen. Maar wat zijn deze? Alle leraren, onderrichtingen, leerlingen, plaatsen en tijdperken. Zuiver betekent dat zuiver en algeheel bewustzijn, de ware essentie, zelf-oprijst en altijd volkomen zuiver is geweest. Als gevolg daarvan bewaart al wat zich manifesteert uit de allerhoogste bron zijn zuiverheid intact in de toestand van het oorspronkelijk gewaarzijn, de oorspronkelijke Boeddha. Algeheel betekent dat zelf-oprijzende wijsheid, de ware essentie, heel het bezielde en onbezielde universum doordringt, alle omstandigheden en alle bestaansvormen, de Boeddha's van de drie tijden, de drie werelden, de zes klassen van wezens en alle mogelijke situaties. Bewustzijn betekent dat zelf-oprijzende wijsheid, de ware essentie, alle verschijnselen van het bezielde en onbezielde universum domineert en hen helder waarneemt. Deze zelf-oprijzende, fundamentele substantie, die niet voortgebracht is door oorzaken en voorwaarden, regeert alle dingen en geeft leven aan alle dingen.

5.
Luister, groot wezen! Ik zal je mijn aard verklaren. Alhoewel mijn aard één is, manifesteert hij zich in twee aspecten. Hij doet de negen wegen van verwerkelijking oprijzen en toch is zijn einde algehele volmaaktheid. Zijn zijn is zuiver en algeheel bewustzijn, zijn verblijfplaats is de dimensie van essentiële werkelijkheid. Hij schijnt aan de hemel van zuivere, ogenblikkelijke aanwezigheid. Hij doordringt alle levensruimten en levensvormen en doet heel de bezielde en onbezielde wereld oprijzen. Hij heeft geen materiële eigenschap die getoond kan worden, hij is geen object dat gezien kan worden, noch kan hij met behulp van woorden worden verklaard. Deze fundamentele substantie, die niet door oorzaken is voortgebracht, overstijgt alle definities die gebaseerd zijn op concepten.

6.
Luister, groot wezen! Omdat Ik zelf de aard van volmaaktheid ben, manifesteren alle verschijnselen zich onder volmaakte omstandigheden. Ik zal dit aan je openbaren. Omdat mijn aard concepten overstijgt en niet in delen verdeeld kan worden, manifesteert de ultieme dimensie van verschijnselen zich uit mij. In die ultieme dimensie verblijft uitsluitend de zuivere en algehele toestand. Omdat mijn aard ongehinderd is en alles doordringt, is hij de hemelse verblijfplaats van wijsheid in lichtende ruimte. Daarin verblijft uitsluitend zelf-oprijzende wijsheid. Omdat Ik de substantie ben waaruit alles oprijst, zijn de vijf grote elementen, de drie werelden en de zes klassen van wezen niets anders dan mijn lichaam, mijn stem en mijn geest: Ik schep zelf mijn eigen aard. Daarom zijn de Boeddha's van de drie tijden en de wezens van de drie werelden niets anders dan mijn eigen aard. Omdat Ik geen begin heb en alle concepten overstijg, verblijft mijn essentie nergens en is zij voorbij alle ervaringsobjecten. Zij verschijnt niet zichtbaar en is voorbij alle meditatie-objecten.
Maak mijn onderricht niet bekend aan hen die de voertuigen volgen die gebaseerd zijn op oorzaak en gevolg! Als je dat doet, door de wet van oorzaak en gevolg van positieve en negatieve daden te bevestigen, dan zouden zij mijn ware toestand bedekken met gevolgtrekkingen en gedurende lange tijd zouden zij elke mogelijkheid verliezen mij te ontmoeten. Ik ben de leraar, zuiver en algeheel bewustzijn, waaruit alles zich manifesteert. Zuiver en algeheel bewustzijn is de allerhoogste bron. Het heeft de Boeddha's van de drie tijden geschapen en de wezens van de drie werelden en heel het bezielde en onbezielde universum zijn eruit opgerezen.
Zuiver en algeheel bewustzijn heeft alles geschapen en heeft alles niet geschapen. Het heeft alles geschapen omdat het zijn eigen aard geschapen heeft, zuiver en algeheel. Het heeft alles niet geschapen omdat er in hem geen noodzaak tot scheppen bestaat. Als mijn aard niet begrepen wordt en als de verschijnselen die zich uit mij manifesteren het object van oordeel worden, doen verlangen en gehechtheid de schepping van een concrete manier van kijken oprijzen, die niet blijvend is en voorbestemd is te verdwijnen, als een magische verschijning, en wordt de mens als een blinde, die niet weet wat er gebeurt.
De wortel van alle verschijnselen is zuiver en algeheel bewustzijn, de bron. Al wat verschijnt is mijn aard. Al wat zich manifesteert is mijn magische vertoning. Alle geluiden en woorden drukken uitsluitend mijn betekenis uit. De zuivere dimensies, de wijsheden en de goede eigenschappen van de Boeddha's, de karmische neigingen, de lichamen van levende wezens en alle dingen die in het bezielde en het onbezielde universum bestaan, zijn vanaf het allereerste begin de aard van zuiver en algeheel bewustzijn.

7.
Luister, groot wezen! Bewustzijn is de aard van de waarachtige toestand. Alhoewel zij vorm overstijgt, bevat de gelukzaligheid van de waarachtige nonduale toestand alle vormen in zich. Als ruimte is het bewustzijn vanaf het begin voorbij conceptuele begrenzingen, kan het geen object worden en kan het zelfs niet worden opgevat in termen van 'één.' Zuiver en algeheel bewustzijn is niet onderworpen aan hoeveelheid en kan op geen enkele wijze worden afgebeeld. Maar voor de verschijnselen die door bewustzijn geschapen worden, rijst veelheid op.
Wat wordt door het bewustzijn geschapen? Uit de natuurlijke toestand van bewustzijn worden de bezielde en de onbezielde wereld geschapen, Boeddha's en levende wezens. Zo verschijnt de manifestatie van de vijf elementen, van de zes klassen van wezens en van de twee typen emanaties van de dimensie van vorm, het sambhogakaya en het nirmanakaya, die handelen ten behoeve van hun welzijn. Uit de aard van bewustzijn manifesteert dit zich allemaal als veelheid.
Ik ben oorspronkelijke zelf-volmaaktheid. Ik ben de essentie van de staat van zelf-volmaaktheid van al de Boeddha's. Ik ben de aard van het potentieel van energie en Ik leer dat de aard van bewustzijn de bron is van alles.
Aan hen die worden aangetrokken door eenheid leer Ik dat de onuitsprekelijke essentie één alleen is. Omdat alle verschijnselen in de ene essentie vervat zijn, leer Ik dat de toestand van zuiver en algeheel bewustzijn, de ware aard van geest, de bron is van alles. Aan hen die worden aangetrokken door veelheid leer Ik daarentegen de oneindige diversiteit die zich uit mij manifesteert. Ook die is mijn aard. Eén is mijn essentie. Twee is mijn manifestatie, de veelheid van de geschapen verschijnselen. Getallen beginnen vanaf één en twee, maar hun einde kan niet worden bepaald. Het onuitsprekelijke is de uiteindelijke aard van bestaan. Deze onuitsprekelijke essentie is de één. Eén is de allerhoogste bron, zuiver en algeheel bewustzijn. De verschijnselen van schepping zijn dualiteit.
In deze aard is niets dat niet volmaakt is. Eén is volmaakt, twee is volmaakt, alles is volmaakt. Alle handelingen zijn gemakkelijk omdat zij al volkomen en volmaakt zijn. 'Eén is volmaakt' duidt volmaaktheid in zuiver en algeheel bewustzijn aan. 'Twee is volmaakt' duidt de volmaaktheid in de manifestatie van bewustzijn aan. 'Alles is volmaakt' duidt volmaaktheid in totaliteit aan. Dankzij deze leer van de volmaaktheid van de één kun je binnengaan in de staat van verlichting. Dankzij de betekenis van de volmaaktheid in dualiteit kun je begrijpen dat al wat verschijnt de volmaakte manifestatie van bewustzijn is. Dankzij de betekenis van de volmaaktheid in totaliteit kan alles volmaakt worden. Zij die, hetzij in een menselijk, hetzij in een goddelijk lichaam, in deze toestand die voorbij handeling is blijven, verblijven in de staat van verlichting, in de ultieme aard van werkelijkheid. Als zij andere wezens helpen, wordt dat gemakkelijk en moeiteloos volbracht.

8.
Beoefenaars van Dzogchen atiyoga begrijpen de waarachtige toestand, die voorbij handeling is, op deze manier: zuiver en algeheel bewustzijn is de universele essentie. Het te laten zoals het is, zonder het te verbeteren, betekent in de waarachtige staat zijn. Vanaf het begin is er niet de gedachte om op een zienswijze te mediteren. Vanaf het begin is er niet de gedachte aan een gelofte die je moet houden. Vanaf het begin is er niet de gedachte het vermogen tot spiritueel handelen te moeten verwerven. Door alles te laten zoals het is, is de mens in de waarachtige staat.
Als alles oprijst uit zuiver en algeheel bewustzijn, heeft het zuivere en algehele bewustzijn geen behoefte een pad te bewandelen om zichzelf te bereiken. Als alle niveaus van verwerkelijking slechts zuiver en algeheel bewustzijn zijn, dan heeft zuiver en algeheel bewustzijn geen behoefte te oefenen om hen te verwerven. Als de ware betekenis van alle geloften slechts zuiver en algeheel bewustzijn is, dan heeft zuiver en algeheel bewustzijn geen behoefte zich aan zichzelf te houden. Als de ware betekenis van alle meditaties slechts zuiver en algeheel bewustzijn is, dan heeft zuiver en algeheel bewustzijn geen behoefte om op zichzelf te mediteren. Als het streven van alle zienswijzen zuiver en algeheel bewustzijn is, dan heeft zuiver en algeheel bewustzijn geen behoefte te streven naar zichzelf. Zo leiden de zienswijze en het gedrag van atiyoga, die geen inspanning vereisen, werkelijk tot vertrouwdheid met zelf-oprijzende wijsheid. Het is het pad tot de innigste vertrouwdheid met mij, de allerhoogste bron. Het is geen deel van het veld van ervaringen van de voertuigen die gebaseerd zijn op oorzaak en gevolg.