Home >> Vertalingen: Dzogchen >> Namkhai Norbu, De cyclus van dag en nacht  
  Namkhai Norbu, De cyclus van dag en nacht  

Namkhai Norbu beschreef de cyclus van dag en nacht ten behoeve van zijn leerlingen tijdens een retraite in de Verenigde Staten in 1983. In zijn opzet sluit hij aan bij de drie uitspraken van Garab Dorje. Opmerkelijk is dat hij tevens ingaat op de wijze waarop ook tijdens de slaap de beoefening kan worden voortgezet.

(1) Met grote toewijding van mijn drie poorten (lichaam, stem en geest) bewijs ik eer aan alle meesters van de Dzogchen-lijn, zoals Changchub Dorje, die alle boeddhafamilies in zich omvat, en aan Urgyen Tenzin en Dorje Paldron.
(2)
De oorspronkelijke Boeddha Samantabhadra en de glorieuze Vajrasattva gaven de methode om voort te gaan langs het pad van de essentie van atiyoga door aan Garab Dorje, de allerhoogste leraar. Verlangend om een weinig van de nectar van deze leer te verklaren, verzoek ik de hemelwezens om hun toestemming.

(3)
We zouden onophoudelijk onze geest moeten oefenen met de viervoudige verandering van houding [Hiermee worden de vier meditaties bedoeld over de moeilijkheid om een menselijke wedergeboorte te bereiken, de onvastheid van het leven, het lijden en de oorzaken en gevolgen van karma.] en we zouden ons nooit moeten scheiden van de yoga waarin we gewaar zijn van onze eigen aangeboren aanwezigheid, die onze ware meester is. Voort te gaan met dit aandachtige gewaarzijn, zonder afleiding in de vier momenten (van eten, zitten, lopen en slapen) is de wortel van de beoefening.
(4)
Voor de dag en de nacht bestaat er een dagelijkse belangrijkste beoefening, die voortgaat als een ononderbroken cyclus. De beoefening van de dag, die de activiteiten van de drie momenten (van eten, zitten en lopen) bestuurt, bestaat uit drie onderwerpen: begrijpen, stabiliseren en voortgaan in de beoefening.

Begrijpen

(5)
Om te beginnen moeten we begrijpen wat we voorheen niet hebben begrepen. Al kunnen zij heel divers zijn, alle verschijnselen die gezien of gehoord worden, hoe veel dat er ook mogen zijn, zijn als even zo vele valse beelden. Daarom kunnen we met zekerheid vaststellen dat zij slechts een magische vertoning van de geest zijn.
(6)
Vanaf het allereerste begin is de aard van de geest leeg en zonder een zelf. Zonder iets concreets te hebben, is zijn lichtende helderheid ongehinderd en ononderbroken, als de maan die op het water weerkaatst wordt. Dit is het uiteindelijke oorspronkelijke gewaarzijn van zuivere aanwezigheid, waarin geen dualiteit van leegte en helderheid is. Het is belangrijk te begrijpen dat dit oorspronkelijke gewaarzijn natuurlijk en spontaan uit zichzelf volmaakt is.
(7)
Omdat we herkennen dat externe verschijnselen slechts versieringen van de werkelijke bestaanstoestand zijn, worden verschijnselen die oprijzen voor de zes oplettend-ontspannen samengevoegde zintuigen [De zes samengevoegde zintuigen zijn de vijf zintuigen plus de geest.] zodra zij oprijzen zelf-bevrijd in hun eigen toestand. Omdat we herkennen dat zuivere aanwezigheid niet anders is dan oorspronkelijk gewaarzijn als zodanig, worden manifestaties van onze passies en karmische resten zodra zij oprijzen zelf-bevrijd tot hun eigen toestand.
(8)
Omdat herkend wordt dat verschijnselen en zuivere aanwezigheid onscheidbaar zijn, worden gedachten die zich vastklampen aan de dualiteit van subject en object zodra zij oprijzen uit zichzelf bevrijd in hun eigen toestand. De methoden van zelfbevrijding door louter aandacht, van zelfbevrijding zodra gedachten oprijzen en van zelfbevrijding als zodanig zijn het middel om voort te gaan langs het pad van beoefening, in overeenstemming met de bedoeling van deze yoga.
(9)
Het gewaarzijn dat oprijst op het eerste plotselinge moment van zintuiglijk contact is inderdaad die zuivere aanwezigheid die oprijst zonder correctie of verandering en die ongeschapen is en geen oorzaken heeft. Precies deze bestaanstoestand, die de begrenzingen van zowel subject als object overstijgt, is het authentieke, zelf-oorspronkelijke gewaarzijn van zuivere aanwezigheid.
(10)
In deze zuivere aanwezigheid zijn de drie aspecten van de staat van de oorspronkelijke Boeddha waarlijk compleet: zijn essentie, het dharmakaya, is leegte, geheel zonder karmische resten; zijn aard is het sambhogakaya, helderheid, zonder gedachten en concepten; zijn energie is het nirmanakaya, ongehinderd en ononderbroken, geheel zonder verlangens of gehechtheden.
(11)
Als het tot bestaan komt, is een dergelijk gewaarzijn geheel en al leeg van dualistische gedachten van subject en object. Daarom rijzen de externe verschijnselen op als manifestaties van helderheid, geheel zonder concepten of oordelen vast te grijpen. Verschijnselen dienen zich aan in de staat van de ware bestaanstoestand. (12) Dit ongeconditioneerde, natuurlijke, onmiddellijke gewaarzijn ontmoet het dharmakaya, de ware bestaanstoestand, als zijn moeder. Verblijven in deze toestand van spontaan uit zichzelf volmaakte zuivere aanwezigheid is de natuurlijke staat van de Grote Volmaaktheid.

Stabiliseren

(13)
Om onze beoefening te stabiliseren gaan we voort langs het pad door middel van de drie instructies: voor integreren, voor ontspannen in de aanwezigheid en voor het maken van voortgang in de beoefening.
Wat betreft de eerste methode, die van integreren: terwijl we comfortabel zitten en volkomen ontspannen zijn, integreren we ons gewaarzijn met de hemel voor ons.
(14)
Het oorspronkelijke gewaarzijn is als de hemel. Als we ons zo vestigen in een oplettende, ontspannen staat, zonder afleiding en zonder specifieke meditatie, is het een toestand die leeg is van gehechtheden en het vastklampen aan concepten en oordelen. Het is louter lichtende helderheid, of louter zuivere aanwezigheid, vergelijkbaar met een moment van verraste verbazing. Deze zuivere aanwezigheid rijst op een lege en naakte wijze op, zonder dualiteit of onderscheid tussen de kalme staat en de beweging van gedachten.
(15)
Als we voortgaan in contemplatie, zonder in de macht van slaperigheid of opgewondenheid te vallen, bevinden we ons in een staat die aanwezig is in diepe helderheid en levendigheid. Alhoewel we in een staat van contemplatie gedachten op kunnen roepen en hen terzijde schuiven, hen zichzelf kunnen laten herhalen of verbreden, blijven zij in hun eigen toestand en zijn zij zelf-bevrijd, zonder dat zij ons afleiden.
(16)
Wanneer we deze staat bereikt hebben, is de maat van onze stabiliteit of we kunnen onderscheiden of we wel of niet onderworpen zijn aan de macht van conditionerende gedachten wanneer we terugkomen uit een periode van contemplatie. Tijdens meditatie rijzen ervaringen spontaan op, als het oprijzen van het licht van de zon of van de maan. Dergelijke ervaringen, zoals innerlijke voorstellingen, veranderingen in de ademhaling en dergelijke, zijn bij hun oprijzen niet geconditioneerd door concepten of oordelen.
(17)
Wat de ervaringen betreft die verschijnen na de periode van contemplatie: we mogen alle verschijnselen beschouwen als illusies of als leeg. Dan kan het mogelijk zijn in een staat van zuivere aanwezigheid te blijven en lijkt het dat geen redenerende gedachten oprijzen, of we kunnen denken dat we activiteiten kunnen ondernemen zonder fouten te maken.
(18)
Wat heel onze dimensie betreft: omdat we zowel externe objecten en de analyses daarover enerzijds als levendige en redenerende gedachten anderzijds waarnemen als leeg, bereiken we het allerhoogste dharmakaya, dat de aard is van de geest. Omdat deze toestand op geen enkele wijze verontreinigd is door gedachten, eigenschappen of denkbeelden, bereiken we een zuiver oorspronkelijk gewaarzijn, niet verontreinigd door redenerende gedachten.
(19)
Omdat onze verduisteringen en karmische resten nu volledig gereinigd zijn, zijn onze passies niet langer ongebreideld. Daarom zijn we hoger verheven dan al de gebieden van samasara en staan we bekend als behorend tot de familie van de Verhevenen, zelfs al zijn we maar gewone mensen.

(20)
Wat betreft de instructies voor ontspannen in de aanwezigheid: wanneer verschijnselen oprijzen en hoe zij ook oprijzen, we moeten ze zonder ze te verbeteren en of te veranderen beschouwen als louter versieringen of verfraaiingen van de oorspronkelijke staat zelf, die de ware bestaanstoestand is. In die staat is onze innerlijke zuivere aanwezigheid ongecorrigeerd, helder, levendig en naakt. Wanneer we dus met aanwezigheid oplettend ontspannen, ontspannen we oprijzende gedachten in hun eigen toestand, precies zoals die is.
(21)
Wat betreft de objecten van de zes zintuiglijke vermogens: wanneer zij eenvoudigweg oprijzen als versieringen van de staat van aanwezigheid, op luchtige wijze, zonder enige belemmering en zonder enige intellectuele analyse, dan zijn zij volkomen zuiver, precies zoals ze zijn, als het potentieel van zuivere aanwezigheid, zonder vastklampen aan concepten of oordelen. Zonder dualiteit voortgaan in deze staat is ontspannen met aanwezigheid.
(22)
Terwijl we de periode van contemplatie voortzetten, staan we op een oplettend-ontspannen manier verschijnselen toe helder en lichtend op te rijzen, zonder dat we ons bezighouden met enige analyse van de objecten van de vijf zintuigen en zonder dat wij ons laten afleiden of ons vastklampen aan concepten of oordelen. Als we dan een periode van contemplatie afsluiten, zal zich een oorspronkelijk gewaarzijn aandienen dat gebaseerd is op één van de objecten van de zes verenigde zintuigen. Dergelijke verschijnselen lijken dan geen concrete werkelijkheid te hebben.
(23)
Als discursieve gedachten oprijzen die zijn voortgebracht door de vijf vergiften, ontspannen we oog in oog met hen, oplettend, zonder concepten of oordelen vast te grijpen. We moeten niet proberen hen met een of ander tegengif te blokkeren of hen te transformeren door de een of andere methode. Dan zijn de passies die op het pad oprijzen zelf-bevrijd en is een oorspronkelijk gewaarzijn aanwezig.
(24)
Ervaringen die oprijzen gedurende de beoefening van meditatie manifesteren zich als helderheid en leegte. Zij worden aangetroffen in een staat van zien en leegte, of in een staat van het voortdurend bewegen van gedachten en leegte, of in een staat van aangename gewaarwording en leegte enzovoort. Er kunnen dus verschillende bewuste ervaringen oprijzen van de aanwezigheid van aangename gewaarwording, van helderheid of van niet-denken.
(25)
Wat betreft onze gehele dimensie: het begrijpen van alle verschijnselen als het dharmakaya is het ongecorrigeerde gewaarzijn van de staat van bestaan zoals het in zichzelf is. Dit is aanwezig als een volmaakte bol, die gelijkmatig, heel en zonder dualiteit is. [De bol wordt in Dzogchenteksten gebruikt als een beeld voor non-dualiteit.] Daarom wordt gezegd dat we de dimensie van het oorspronkelijke gewaarzijn bereikt hebben en is een oorspronkelijk gewaarzijn van helderheid aanwezig.
(26)
Omdat objecten die we waarnemen in werkelijkheid manifestaties zijn van de werkelijke bestaanstoestand, worden onze passies en verduisteringen gereinigd. Omdat dit oorspronkelijke gewaarzijn van zuivere aanwezigheid aanwezig is, maken we onszelf los van alle soorten van negatief gedrag. En omdat we bevrijd zijn van onze passies, karmische resten en verduisteringen, staan we bekend als behorend tot de familie van de edele bodhisattvas.

Voortgaan in de beoefening

(27)
Wat betreft het voortgaan maken in de beoefening: in een ongecorrigeerde, spontaan zelf-volmaakte staat blijft dit oorspronkelijke ogenblikkelijke gewaarzijn aanwezig en onveranderd. Het is een niet-redenerende zuivere aanwezigheid, licht en levendig. Zo blijft onze continuïteit van gewaarzijn stabiel en niet afgeleid.
(28)
Terwijl we in een periode van contemplatie zijn, niet beïnvloed door slaperigheid noch door opgewondenheid, manifesteert alles zichzelf als leegte, die de werkelijke bestaanstoestand is. Als we dan een periode van contemplatie afsluiten, moeten we zonder geconditioneerd te worden door gedachten voortgaan in de staat van de aard van de geest, precies zoals die in zichzelf is.
(29)
Wat de ervaringen gedurende meditatie betreft, bevinden we onszelf in een niet-duale staat, ongeacht of we mediteren of niet-mediteren. Alle verschijnselen rijzen uitsluitend op als de manifestatie van de energie van onze contemplatie. De werkelijke toestand van het bestaan van alle verschijnselen dient zichzelf aan zonder zich te verwijderen van de natuurlijk opkomende oorspronkelijke situatie.
(30)
Wat onze algehele dimensie betreft, zijn alle verschijnselen, de zichtbare en de onzichtbare, geheel van zichzelf gereinigd in de staat van de werkelijke bestaanstoestand. Daarom bereiken we de allerhoogste dimensie van non-dualiteit en is een allerhoogst oorspronkelijk gewaarzijn aanwezig, dat op geen enkele wijze gekleed is in mentale activiteiten. (31) Door onze verduisteringen van de kennis volledig te reinigen, bereiken we een kennis van alle verschijnselen, precies zoals ze zijn in de werkelijke toestand van hun bestaan. Omdat we geheel bevrijd zijn van elke dualiteit inzake wie degene is die begrijpt en datgene dat begrepen wordt, staan we bekend als behorend tot de familie van de alwetende Boeddha's.

De beoefening tijdens de nacht

(32)
Om voort te gaan op het pad door de nachtelijke beoefening moeten we onszelf trainen in twee oefeningen: één in de avond, als we in slaap vallen, en de andere in de morgen, als we weer ontwaken. Voor we 's avonds in slaap vallen, moeten we onze zintuigen toestaan zich te vestigen in een toestand van voortdurende contemplatie. Bovendien moeten we onze beoefening van concentratie integreren in onze slaap.
(33)
Op het moment waarop we in slaap vallen, moeten we een witte (Tibetaanse) letter A visualiseren of een smalle bol van vijf gekleurde lichten in de ruimte tussen onze wenkbrauwen. Dit wordt duidelijk gevisualiseerd, ter grootte van een erwt. Eerst richten we hier ons gewaarzijn op. Dan ontspannen we ons gewaarzijn een beetje en staan onszelf toe in slaap te vallen.
(34)
Als we in slaap vallen in een staat waarin de zes verenigde zintuigen oplettend-ontspannen zijn in hun eigen toestand, wordt ons gewaarzijn niet verontreinigd door het vuil van redenerende gedachten en verschijnt het natuurlijke heldere licht. Zo treffen we onszelf aan in de aanwezigheid van de werkelijke bestaanstoestand, zonder door enige redenerende gedachte afgeleid te worden.
(35)
Als we dit ogenblikkelijke gewaarzijn observeren op het moment waarop het oprijst, zien we niets dat zou kunnen worden geïdentificeerd als kalm of als het bewegen van het denken. Als we onszelf zo aantreffen in een staat van oplettende, vibrerende aanwezigheid, vestigen we ons in een stil gewaarzijn en vallen in slaap.
(36)
Het proces van in slaap vallen is de oorzaak van ons binnengaan in de helderheid van de werkelijke bestaanstoestand. Onze zintuigen zijn dan geheel geabsorbeerd in het continuüm van de werkelijkheid, in een staat van zuivere aanwezigheid. Zo lang we in slaap vallen, is het mogelijk door te gaan met aanwezig-zijn in de staat van precies die werkelijke bestaanstoestand.
(37)
Omdat we helemaal los zijn gekomen van onze karmische resten van een materieel lichaam, van onze karmische resten van zien en van onze karmische resten van mentale activiteit, zal mentale activiteit niet meer oprijzen vóór we beginnen te dromen. We blijven in de aanwezigheid van de staat van de werkelijke bestaaanstoestand. Zo zullen we een zekere graad van vermenging met het natuurlijke heldere licht ervaren.
(38)
Op het moment waarop we in slaap vallen, zal geen enkele redenerende gedachte oprijzen en onze staat van zuivere aanwezigheid wordt geabsorbeerd in zijn moeder, het natuurlijke heldere licht, en we zijn aanwezig in de staat van de werkelijke bestaanstoestand. Volgend op deze periode van contemplatie zullen we, als we binnengaan in de droomstaat, onze dromen gaan herkennen als louter dromen. Dan zullen we merken dat we bevrijd zijn van alle illusies en zullen dromen zich manifesteren op een behulpzame, vriendelijke wijze, als onze dimensie en als ons oorspronkelijke gewaarzijn.

(39)
's Ochtends, direct bij het ontwaken, rijst een oorspronkelijk gewaarzijn op dat ongecorrigeerd is en aanwezig in haar eigen toestand. Als we in deze natuurlijke staat blijven, zonder afleiding en zonder op iets te mediteren, zullen we merken dat we rustig aanwezig zijn, ongestoord door redenerende gedachten. Dit staat bekend als de staat van de oorspronkelijke Boeddha.
(40)
Als we die staat direct in het gezicht kijken, observeren we met naakt gewaarzijn wie het is die mediteert. Omdat we daar niets herkenbaars vinden, bevrijdt een helder en naakt zelf-oorspronkelijk gewaarzijn zichzelf zodra het oprijst. Dan komt een non-duaal oorspronkelijk gewaarzijn aanwezig. (41) Dan bevinden we onszelf voorbij alle objectieve waarneming, overstijgen we alle redenerende gedachten die zich vastklampen aan dualiteit en wordt een oorspronkelijk gewaarzijn van niet-redeneren duidelijk manifest. Omdat we aandachtig zijn, wordt een oorspronkelijk gewaarzijn van helderheid manifest, dat niet verontreinigd is door het vuil van redenerende gedachten. Omdat er geen dualiteit van subject en object is, wordt een oorspronkelijk gewaarzijn van een aangename gewaarwording duidelijk manifest. (42) Omdat we zijn gaan begrijpen dat alle verschijnselen in zichzelf de werkelijke bestaanstoestand zijn, wordt een oorspronkelijk gewaarzijn op verheven wijze manifest dat zich in geen enkel opzicht vergist. En omdat een oorspronkelijk gewaarzijn van hoeveelheid, dat elk ding kent in zijn individualiteit, in haar geheel duidelijk manifest wordt, wordt de inherente aard van de drie dimensies van ons bestaan op verheven wijze manifest.

De voordelen van de beoefening

(43)
Als we de essentie van deze yoga dag en nacht beoefenen, gaat heel onze dimensie van leven binnen in contemplatie. Omdat zij vertrouwd raken met de beoefening, zullen onze passies op het pad oprijzen en ons behulpzaam zijn. Omdat we de drie dimensies van ons bestaan verwerkelijken, zullen we zeker de volle maat bereiken van het volbrengen van het welzijn van de wezens, wier aantal gelijk is aan de uitgestrektheid van de hemel.
(44)
De maat van onze vertrouwdheid met deze beoefening is de maat waarin we in staat zijn onze dromen te herkennen als dromen terwijl we nog in slaap zijn. Omdat we gehechtheden aan plezierige en pijnlijke gewaarwordingen overstijgen, treffen we onszelf aan in een staat van integratie, die op geen enkele wijze gekleed is in concepten of oordelen. Omdat oorspronkelijk gewaarzijn aanwezig is, rijzen alle verschijnselen op als vrienden, die ons kunnen helpen op het pad. De continuïteit van illusie wordt zo onderbroken en we treffen onszelf aan in de aanwezigheid van de staat van de werkelijke bestaanstoestand.
(45)
Omdat de beoefenaar van atiyoga dag en nacht onbeweeglijk in de staat van de werkelijke bestaanstoestand blijft, wordt gezegd dat hij of zij het boeddhaschap zelfs in het moment tussen twee ademhalingen kan verwerkelijken. Dit heeft het grote wezen Garab Dorje gezegd.
(46)
Wat betreft de passies die op het pad oprijzen: zonder hen in te delen in goed of slecht treffen we hen aan in de staat van de werkelijke bestaanstoestand. Omdat zij allemaal aanwezig zijn in algeheel gewaarzijn, zonder dat zij geconceptualiseerd worden, herkennen we dat misleiding niet iets anders is dan niet-redeneren. Verschijnselen manifesteren zich op niet-redenerende wijze als de werkelijke bestaanstoestand, precies zoals die in zichzelf is.
(47)
Alle verschijnselen die verschijnen als objecten van de zes verenigde zintuigen zijn aanwezig in lichtende helderheid en hebben op geen enkele wijze een inherente aard. Daarom herkennen we dat boosheid het karakter heeft van helderheid en manifesteert boosheid zich voortaan als het oorspronkelijke gewaarzijn van helderheid.
(48)
Alles wat zich extern manifesteert, is de werkelijke bestaanstoestand, terwijl innerlijk zuivere aanwezigheid oorspronkelijk gewaarzijn is. Omdat de gewaarwording van grote gelukzaligheid, die zonder enige dualistische onderscheidingen is, de aard van energie heeft, herkennen we dat verlangens in werkelijkheid de potentie van grote gelukzaligheid vertegenwoordigen. Op deze wijze manifesteert zich een oorspronkelijk gewaarzijn van de gewaarwording van grote gelukzaligheid, die spontaan zelf-volmaakt is, zonder enige begrenzingen.
(49)
Daarenboven hebben andere wezens baat bij de drie dimensies van ons bestaan. Daar komt nog bij dat de drie giftige passies zichzelf geheel en al manifesteren als de dimensie van ons bestaan en van zijn inherente oorspronkelijke gewaarzijn. Daarom is alles wat uit hen oprijst aanwezig als onze bestaansdimensie en als haar inherente oorspronkelijk gewaarzijn.
(50)
Omdat dat wat wij passies noemen niet langer bestaat, zijn er geen verdere oorzaken van reïncarnatie in samsara. Alhoewel we zouden kunnen menen deze toestand aan te duiden als nirvana, is hij in werkelijkheid eenvoudigweg de veelheid van deugdzame eigenschappen van onze oorspronkelijke boeddhastaat, die zichzelf spontaan manifesteren in zelf-volmaaktheid, zonder dat zij verbeterd of veranderd worden. Dit is niet anders dan helderheid als zodanig, zoals de zon die oprijst aan de hemel.

(51)
Wat deze methode betreft moeten de activiteiten van de leerlingen de volgende vijf capaciteiten omvatten: de bereidwilligheid om deel te nemen, toewijding, aandachtige aanwezigheid, concentratie en intelligentie. In overeenstemming met de instructies die we ontvangen hebben van het allerhoogste voertuig, atiyoga, moeten we voor onszelf weten hoe we de harmonieuze toestanden voor het voltooien en vervolmaken van deze vijf capaciteiten kunnen verwerkelijken.

(52)
Nu dit alles gezegd is, moge ik en alle andere wezens, die in aantal zijn als de uitgestrektheid van de hemel en die karmisch en spiritueel met mij verbonden zijn, door de verdienste van deze beknopte woorden, die iets meedelen van de nectar van de staat van de Meester Kunzang Garab Dorje, snel dezelfde status bereiken als de zegevierende oorspronkelijke Boeddha!

Colofon

Deze tekst is bedoeld voor hen die deel wensen te nemen aan het allerhoogste voertuig, Dzogchen. Hij werd opgeschreven ter herinnering aan dhr. Paul Anderson, die in vrede is overleden. Omdat we aan het begin staan van een retraite in de Dzogchen Gemeenschap van Conway, in het oostelijk deel van Amerika, is deze tekst opgeschreven door de Dzogchenbeoefenaar Namkhai Norbu in het jaar van het Water-Varken, in de negende maand, op de derde dag, die zeker een gunstige dag is.