Home >> Vertalingen: Dzogchen >> Tsogdrug Rangdrol (Shabkar Lama), De vlucht van de Garoeda (de hoofdstukken 2-5 en 21)  
  Tsogdrug Rangdrol (Shabkar Lama)  

De verlichte zwerver Tsogdrug Rangdrol (1841-1922) is vooral bekend om zijn De vlucht van de Garoeda. De ondertiteling luidt: Het lied van de zienswijze van het doorsnijden naar het heldere licht van de Grote Volmaaktheid, met het vermogen snel de paden en stadia te doorlopen. De tekst is een lied, gecomponeerd ten behoeve van het onderricht aan zijn leerlingen. Het is een zeer toegankelijke inleiding in Dzogchen, waarin veel aandacht wordt besteed aan het onderzoeken van de geest.

2.
Hoe wonderlijk! Edele, geliefde zonen en dochters, luister zonder afleiding! Alle zegevierende Boeddha's van het verleden, het heden en de toekomst hebben vierentachtigduizend geschriften onderwezen, een onderricht even grenzeloos als de ruimte zelf, met slechts één doel: hoe de aard van de geest te verwerkelijken. De Boeddha's leerden niets meer dan dit.
Als de hoofdwortel van een grote boom wordt afgehouwen, zullen al zijn tienduizend takken en bladeren verwelken en sterven. Zo zal, als de ene wortel van de geest wordt doorgesneden, de bladeren van samsara, zoals het dualistische vastgrijpen, vergaan.
Het lege huis dat duizenden jaren lang in duisternis was gehuld wordt ogenblikkelijk verlicht door één enkele lamp. Zo wist een ogenblikkelijke verwerkelijking van het heldere licht van de geest de negatieve neigingen en de mentale verduistering, die gedurende talloze tijdperken zijn ingeprent, uit.
De schittering en helderheid van zonlicht kan door tijdperken van duisternis niet gedimd worden. Zo kan de straling van de wezenlijke aard van de geest niet verduisterd worden door tijdperken van misleiding.
De kleur en de vorm van de hemel is onbepaald en zijn aard wordt niet aangetast door zwarte of witte wolken. Zo is de kleur en de vorm van de aard van de geest onbepaald en kan niet worden bezoedeld door zwart of wit gedrag, door deugd of ondeugd.
Melk is de basis van boter, maar de boter zal zich niet afscheiden vóór de melk gekarnd wordt. Zo is de menselijke aard de basis van het boeddhaschap, maar zonder existentiële verwerkelijking kunnen levende wezens niet ontwaken.
Door kennende ervaring van de aard van de werkelijkheid, door het in praktijk brengen van deze voorschriften, kunnen alle wezens vrijheid verwerven. Ongeacht de scherpte van zijn vermogens kan zelfs een koeherder bevrijding bereiken als zijn existentiële ervaring niet-duale verwerkelijking is.
Als je het heldere licht van de aard van de geest verwerkelijkt, zijn de woorden van wijsheid van de geleerde overbodig. Hoe relevant is andermans beschrijving van de smaak van stroop als je mond er vol van is?
Zelfs de geleerde is misleid als hij geen existentiële verwerkelijking heeft. Hij mag bedreven zijn in het bevattelijk uiteenzetten van de negen benaderingen van het boeddhaschap, maar als hij die slechts uit tweedehands verhalen kent, is hij net zo ver verwijderd van het boeddhaschap als de aarde is van de hemel.
Al houd je je een tijdperk lang aan een strikte morele discipline en mediteer je geduldig een eeuwigheid lang, als je het heldere licht van de ongerepte aard van de geest nog moet verwerkelijken, zul je jezelf niet bevrijden uit de drie gebieden van samsara. Beschouw ijverig de aard van je geest!

3.
Hoe wonderlijk! Luister nu verder, al mijn meest geliefde zonen en dochters! Tenzij je de aard van je geest verwerkelijkt en zijn wortel doorsnijdt, mis je de essentie van Dzogchen, welk systeem van geest-training je ook beoefent.
De ronddolende leerling, die blind is voor dit gebod, is als de boogschutter die zijn doel voor zich plaatst maar zijn pijl in een andere richting afschiet. Hij is als de huiseigenaar die buiten zoekt naar een dief die nog in het huis is; als een geestuitdrijver die zijn val aan de westelijke deur zet terwijl de geest in het oosten woont; als de arme die bedelt omdat hij blind is voor zijn gouden haardsteen.
Daarom, mijn geliefde kinderen, die de frustraties en angsten van het leven willen oplossen door de directe methode van het ontdekken van de aard van de geest, onderzoek jullie geest op de volgende wijze:
Wat wij geest noemen is een hardnekkige kletskous, die rondhuppelt en springt. Als je hem probeert te vangen, glipt hij weg door van vorm te veranderen of te verdwijnen. Als je hem probeert te focussen, zal hij niet stil zijn, maar breed uitweiden en zich verstrooien. Als je hem vast wilt pinnen door hem te benoemen, zal hij zich oplossen in een onuitsprekelijke leegte. Maar het is deze zelfde geest die heel het scala van menselijke gevoelens ervaart. Dit is de geest die nauwkeurig moet worden onderzocht.
Ten eerste: wat is de oorsprong van deze geest? Is hij een functie van externe verschijnselen, van bergen, rotsen, water, bomen en hemelse winden – of is hij onafhankelijk van hen? Vraag jezelf waar de geest vandaan komt, onderzoek deze mogelijkheid grondig.
Of vraag je af of de geest wel of niet voortkomt uit de voortplantingsvloeistoffen van je ouders. Als dat zo is, onderzoek dan het proces waardoor hij opkomt. Ga met dit onderzoek door tot het is uitgeput en je toegeeft dat de geest geen oorsprong heeft.
Beantwoord dan ten tweede de vraag waar de geest nu is. Is hij in het bovenste of het onderste deel van je lichaam, in je zintuigen, je longen of je hart? Als hij in je hart verblijft, in welk deel van het hart? Wat is zijn kleur en vorm? Onderzoek grondig de huidige verblijfplaats van de geest en zijn eigenschappen, tot je er zeker van bent dat die niet kunnen worden gevonden.
Onderzoek tenslotte de beweging van de geest. Als hij beweegt, passeert hij dan door de zintuiglijke organen? Is er fysiek contact in zijn kortstondige omhelzing van uiterlijke objecten? Is hij slechts een mentale functie of zijn lichaam en geest er beide bij betrokken? Onderzoek het proces van waarneming.
Verder, als een gedachte oprijst met zijn bijbehorende emotie, onderzoek dan eerst zijn bron. Probeer dan zijn huidige verblijfplaats te vinden en zijn kleur, vorm en alle andere eigenschappen. Zoek lang en ingespannen naar de antwoorden op deze vragen. Tenslotte, als een gedachte tot rust gekomen en verdwenen is, waar is hij dan heen gegaan? Onderzoek je geest van nabij voor de antwoorden.
Wat gebeurt er op het moment van de dood met de geest? Hoe verlaat hij het lichaam? Waar bestaat hij? Overweeg deze vragen en hun vertakkingen tot in detail.
Volhard in je zorgvuldige ondervraging, onderzoek de geest tot je tot de positieve conclusie komt dat hij leeg, zuiver en volkomen onbenoembaar is, dat hij niet is als de dingen en dat hij vrij is van geboorte en dood, van komen en gaan.
De droge beweringen en beelden van anderen – uitspraken als 'geest is leegte!' - zijn erger dan waardeloos. Tot je zelf het antwoord weet, doen dergelijke uitspraken je geest twijfelen en aarzelen. Het is als de verzekering dat er wel degelijk tijgers leven in een land waar algemeen wordt aangenomen dat tijgers zijn uitgestorven. Dat schept twijfel en onzekerheid. Als je aandachtig je geest hebt onderzocht en zijn aard hebt vastgesteld, is het alsof je de valleien en heuvels hebt verkend waar tijgers zouden voorkomen en zelf hebt gezien of er tijgers leven. Je bent dan volledig geïnformeerd. Als dan later de vraag naar het voorkomen van tijgers op die plaats oprijst, zul je geen twijfel hebben over de waarheid in die zaak.

4.
Hoe wonderlijk! Kom nogmaals rond me zitten, mijn geliefde zonen en dochters en luister! Als je er tijdens de analyse en het onderzoek van je geest, zoals boven beschreven, niet in slaagde een geest te vinden waar je naar kon wijzen en zeggen: 'Dit is hij!' en als je er niet in slaagde zelfs maar een atoom te vinden dat je concreet kon benoemen, dan was je mislukking een groot succes.
Ten eerste: geest heeft geen oorsprong. Omdat hij vanaf het begin leegte is, is zijn essentie insubstantieel. Ten tweede: hij heeft geen verblijfplaats, geen kleur en geen vorm. Ten slotte: hij beweegt niet. Zonder te bewegen verdwijnt hij zonder een spoor achter te laten. Zijn activiteit is een lege activiteit, zijn leegte zijn lege verschijnselen.
De aard van de geest wordt niet geschapen door een oorzaak en aan het eind wordt hij niet door iemand of iets vernietigd. Zijn hoeveelheid blijft constant: niets kan aan hem worden toegevoegd of van hem worden afgenomen, hij kan niet toenemen of afnemen en kan niet worden gevuld of geleegd.
Omdat de aard van de geest alles doordringt en de basis is van zowel samsara als nirvana, is hij zonder vooroordeel of partijdigheid. Geen enkele vorm laat zijn bestaan duidelijker zien dan een andere vorm en zonder hindernis manifesteert hij alles.
De geest kan niet worden vastgesteld of gedefinieerd als iets dat op de een of andere manier bepaald is, want hij gaat voorbij de beperkingen van bestaan en niet-bestaan. Zonder komen en gaan is hij zonder geboorte en dood, zonder helderheid en verduistering.
In zijn zuiverheid is de aard van de geest als een smetteloze kristallen bol. Zijn essentie is leegte, zijn aard is helderheid en het medium van zijn manifestatie is een continuüm.
Op geen enkele wijze wordt de aard van de geest aangetast door de negativiteit van samsara. Vanaf het begin is hij Boeddha. Vertrouw hierop!
Dit is mijn introductie die voert tot het herkennen van de oorspronkelijke aard van de geest, de basis van ons wezen, onze ware bestaansconditie.

5.
Hoe wonderlijk! Luister opnieuw, geliefde zonen van mijn hart! Hoor hoe het dharmakaya, de oorspronkelijke Boeddha vrij is, zonder ook maar een moment van meditatie nodig te hebben en hoe de zes typen wezens ronddolen in samsara zonder maar ook maar de geringste negatieve of slechte daad te hebben verricht.
In het begin, vóór er iets was, waren het naamloze samsara en nirvana zuivere potentialiteit in de oorspronkelijke basis van het zijn. Zo rees toentertijd algehele aanwezigheid op uit de basis: zoals het natuurlijke licht van een kristal schijnt als een zonnestraal het raakt, werd het oorspronkelijke gewaarzijn van algehele aanwezigheid gevitaliseerd door levenskracht, werd het zegel van de vaas van eeuwige jeugd verbroken en scheen het spontaan ontstane heldere licht aan de hemel als het licht van de opgaande zon, als zuivere landen van zuiver zijn en van oorspronkelijk gewaarzijn.
Toen begreep de oorspronkelijke Boeddha dat dit zijn spontane manifestatie was en ogenblikkelijk loste het uiterlijke licht van zuiver zijn en van oorspronkelijk gewaarzijn op in het innerlijke heldere licht. In de oorspronkelijke basis van het zijn, zuiver vanaf het begin, bereikte hij het boeddhaschap.
Wij, onverlichte wezens, begrepen echter niet dat de aard van spontaan ontstane verschijnselen onze eigen natuurlijke uitstraling was, wat tot onaandachtige waarneming en verbijstering leidde. Dit wordt de onwetendheid die iedere waarneming vergezelt genoemd.
Ook werden het heldere licht en de verschijnselen die opgerezen waren uit de basis van helder licht toen waargenomen als twee. Dit wordt conceptuele onwetendheid genoemd. Het was op dit kruispunt dat we in de val van onwetend dualisme vielen.
Daarna, toen met de geleidelijke verbreding van het bereik van onze activiteit de mogelijkheden van onze ervaring snel toenamen, kwam heel het scala van samsarische activiteit op. Toen verschenen de drie emotionele vergiften samen met de vijf vergiften die zich uit hen ontwikkelden. [De drie vergiften zijn begeerte, haat en onwetendheid. De vijf vergiften zijn deze drie plus trots en jaloezie.] De vierentachtigduizend vormen van passie ontwikkelden zich uit de vijf vergiften enzovoort. Van toen af tot op dit moment hebben wij de genieting en pijn van de voortdurende omwentelingen van het wiel verduurd. We draaien eindeloos rond in dit samsarische bestaan, alsof we zijn vastgebonden aan een waterrad.
Als je nadere uitwijdingen over dit onderwerp behoeft, raadpleeg dan onder andere Kunkhyen Longchenpa's Schat van de allerhoogste benadering en de Dichte wolk van diepzinnige betekenis.
Alhoewel de diepzinnige persoonlijke instructie van je leraar je bewust heeft gemaakt van het zelfbedrog en de misleiding die huizen in de donkere grot van je geest, heb je nu ook je geest herkend als Boeddha. Je hebt het oorspronkelijke gezicht van de Oorspronkelijke Heer ontmoet en je weet dat je hetzelfde potentieel bezit als de oorspronkelijke Boeddha. Beschouw deze vreugde vanuit de grond van jullie hart, mijn spirituele kinderen.
Dit is mijn introductie die tot een stellige herkenning van misleiding voert.

21.
Hoe wonderlijk! Luister nogmaals naar me, geliefde kinderen! Beschouw dit fysieke lichaam als de weerkaatsing van de maan in water. Verneem alle spraak als echo. Los de veelheid van je mentale concepten op in de zuiverheid van hun eigen aard.
Beleef al wat je ziet en hoort zonder gehechtheid, als hallucinatie, een droom, de weerkaatsing van de maan in water, een sprookjespaleis in de lucht, een vervorming van je waarneming, een verschijning, een luchtbel en een echo. Volbreng al je dagelijkse activiteiten in deze staat. Oefen voortdurend, dag en nacht, zonder enig onderscheid te maken tussen meditatie-sessies en intervallen.
Probeer je gedachten op generlei wijze te veranderen. Laat ze in hun natuurlijke staat, zonder ze te forceren of te vervalsen. Laat ze met rust, als lege straling, zonder ze vast te houden. Zo sta je zelfexpressie toe zichzelf door zichzelf te ontspannen. Laat ze zijn, zonder ze als werkelijk te beschouwen, zonder meditatie, geheel zonder inspanning, geheel zonder een spoor achter te laten.
Behandel alle gedachten uit het verleden als het spoorloze pad van een vogel in de lucht, alle huidige waarneming als heldere, niet-verontreinigde ruimte, en alle toekomstige gedachten als het water in een molen waarvan de sluis gesloten is. Ontwikkel of verander gedachten in het geheel niet. Laat ze, vanuit een vrije en ongedwongen houding, met rust in hun natuurlijke staat van open ruimte.
Behandel alle grove en subtiele concepten en de drie en de vijf vergiften enzovoort als dieven die een leeg huis binnengaan. Behandel uiterlijke verschijnselen van de zes zintuiglijke velden, die geen overblijfsel in de geest achterlaten, als een stad van magische illusie.
Om kort te gaan, betreffende schepping, bestaan en beëindiging; betreffende de basis, het pad en het doel; de zienswijze, meditatie, handelwijze en de vrucht; tijd, plaats en spraak; de gezindheid en degene die gezind is; bevrijding en bevrijder, enzovoort: Als de aangeboren straling van al deze gebeurtenissen niet beïnvloed is door evaluatie en oordeel en als je vrij bent van inspanning en streven, zonder gehechtheid of partijdigheid, dan wordt van moment tot moment elke onderscheiden ervaring zonder gehechtheid op definitieve en zekere wijze opgelost in de ultieme zuiverheid van het lege continuüm van geest, het dharmakaya, zoals waterdruppels die zich mengen met de grote oceaan.
Wees daarom niet ontmoedigd als vele gedachten je meditatie verstoren en je denkt: 'Dit is geen meditatie.' De geest kan wel actief gedachten voortbrengen, maar omdat de geest leeg is, zijn gedachten eveneens leeg. Al wat oprijst is een staat van algehele aanwezigheid. Probeer daarom niets op grond van oordeel en evaluatie te veranderen, maar laat het met rust in zijn natuurlijke, waarachtige, niet-gemaakte staat. Zo zal het denken zeker bevrijd worden tot zijn eigen natuurlijke zuiverheid.
Als je een beoefenaar van geringe begaafdheid bent en niet in de natuurlijke staat kunt blijven, beoefen dan een combinatie van onderzoek gevolgd door rust in gelijkmoedigheid, zoals in de bovenstaande introducties beschreven. [In de liederen 3, 8, 9 en 13.]
Je kunt ook het denken forceren tot het wegsterft: wek relevante of irrelevante gedachten op en jaag ze na, de een na de ander, op verschillende wijzen, verleng elke gedachte tot de geest uitgeput is. Als je tenslotte niets meer kunt grijpen, rust dan op je gemak.
Een andere methode is te mediteren op de werkelijke leraar midden in je hart. Houd je geest zo lang mogelijk op hem gericht en laat dan tenslotte los en rust in de staat van algehele aanwezigheid.
Of mediteer op een klein puntje helder licht midden in je hart. Stel je voor dat het afdaalt tot het de zetel van Indra (het navelchakra) bereikt. Deze methode zal zeker verstrooid of onbeheerst denken vernietigen. Als de opwinding verstild is, rust dan in de staat van algehele aanwezigheid. Als je geest traag is, scherp dan je blik, ontdoe de algehele aanwezigheid van alle verhulling, zodat zij naakt is en blijf in die straling.
Een andere mogelijkheid is je geest voor te stellen als een zaadje van licht. Als dat beeld rustig is, roep dan 'PHAT!' Dan schiet de geest ogenblikkelijk als een pijl uit de fontanel. Stel je voor dat hij zich vermengt met de helderheid van de hemel. Identificeer je verstand dan met de aard van de hemel. Het is onmogelijk dat je traagheid niet door deze methode zou worden weggenomen. Als zij verdwenen is, rust dan in een staat van onthechting.
Onthoud dit advies goed. Het is het resultaat van persoonlijke ervaring.
Vermeerder de dimensies van algehele aanwezigheid, geef jezelf daar rustig aan over en wees gelukkig en vrij in die uitgestrekte open ruimte, zonder gevangen te worden door de gedachte aan het verlangen naar gedachteloosheid.
In het begin is je denken als een snel stromende rivier in een ravijn. In het midden stroomt het rustig en majesteitelijk als de rivier de Ganges. Uiteindelijk lost het denken op in de staat waar het moeder-licht zich mengt met het zoon-licht, zoals alle rivieren één smaak worden in de oceaan.
Als ziekte, vijandige geesten of verschijningen je kwellen, probeer hen dan in het geheel niet af te wenden door magische riten. Beoefen veeleer de volgende meditatie, die het probleem direct aanpakt en de kwelling terugbrengt tot dezelfde smaak als alle andere ervaringen.
Ga naar een plaats die angst opwekt, naar een bos, een verbrandingsplaats, een eiland, een afgelegen tuin, een grot of een leeg huis of ga onder een boom zitten en visualiseer het volgende. Vorm je eigen lichaam, het vat en de inhoud, alle verschijnselen en kenvormen, om in elixer. Offer het elixer dan aan al de Boeddha's en bodhisattva's van de tien richtingen. Als zij verzadigd zijn lossen zij op in een mild licht en is heel samsara en nirvana gevuld met het elixer van helder licht. Dan verzadig je alle wezens onder de hemel met het elixer dat door zijn smaak bevrijdt. De door een eed gebonden geesten en de beschermers van het Dharma – dat zijn eigenschappen en talenten – worden je gasten. Dan wordt het allerhoogste veld van mededogen, dat bestaat uit de levende wezens van de zes gebieden en alle karmische schuldeisers, vijandige geesten, tegenwerkende krachten en elementalen, verzadigd.
Loop dan en zit, ren en spring, praat en lach, huil en zing, in de overtuiging dat samsara en nirvana van één smaak zijn in de onvermengde aard van de geest, het dharmakaya. Gedraag je als een waanzinnige, afwisselend beheerst en opgewonden. Verblijf tenslotte in een staat van vrede en geluk.
Slaap 's nachts vredig en natuurlijk, vrij van overwegingen, vrij van verstrooide of geconcentreerde gedachten. Slaap in de inherente innerlijke ruimte, in volmaakte aandacht voor het zuivere potentieel.
Als je op de hierboven beschreven wijze oefent, worden ziekte en vijandige geesten vanzelf bevredigd en tot rust gebracht. Je zienswijze en meditatie worden opgelost, je verwerkelijking is als de hemel, je meditatie is van nature stralend en je handelt als een kind. Geheel zonder referentiekader handel je spontaan, als een waanzinnige. Je bent een heilige, die geen onderscheid maakt tussen zelf en anderen. Onthecht aan al wat je zegt, is je spreken als een melodieuze echo. Zonder wat dan ook te verlangen ben je als de garoeda die hoog aan de hemel zweeft. Je bent als een onbevreesde, moedige leeuw. Alles is vrij vanaf het begin, als heldere wolken aan de hemel. Zo'n yogi is een ware Boeddha, een wijze. Hij is groot respect en eer waard. Hij is zelfs ver verheven boven het wensvervullende juweel.